14-daagse PUM missie Midden-Java NGO trees4trees

Geheel onverwacht kwam er een verzoek van vrijwilligersorganisatie PUM, om een NGO te adviseren in Semarang op Midden Java in Indonesië. In dit land was ik al drie keer bijna geweest voor een lange uitzending, maar dat is nooit doorgegaan. Nu zou ik er dan toch nog komen. Het land waar mijn vader en zijn moeder (mijn grootmoeder) waren geboren. De NGO werd in 2007 opgericht door een aantal meubelfabrieken die toen nog met de dag de vraag naar teakhouten tuinmeubelen zagen stijgen in zowel de Verenigde Staten als Europa. Ze kregen steeds meer behoefte aan goed Teakhout. Aangezien het Indonesische Staatsbosbedrijf Perhutani veel te duur verkocht en de stammen ook steeds slechter van kwaliteit werden zochten ze naar andere mogelijkheden. Indonesië voert bijna geen FSC gecertificeerd hout uit. En helemaal niet vanaf Java. Wat er wordt geëxporteerd komt voornamelijk uit Kalimantan. Het idee was nu: we proberen boeren die land hebben met bomen meer te laten planten aan goed meubelhout door ze gratis plantgoed te verstekken en bij te staan in de benodigde houtteeltkundige werkzaamheden. Op den duur zorgen we dat het hout uit zo'n regio als geheel wordt gecertificeerd met een FSC Groepscertificatie.


staf met Peer en mijzelf op statiefoto Staf T4T met Mark en mijzelf op de statiefoto


De deelnemende meubelfabrikanten geven de benodigde fondsen voor de NGO. De staf verzorgt de training van boeren die meedoen en de gaat 'de boer' op om nieuwe boeren mee te laten doen. De boeren, op hun beurt, verplichten zich de kaprijpe stammen met voorkeur te verkopen aan de meubelfabrikanten die meedoen en die verplichten zich om het hout met voorkeur van de boeren die lid zijn af te nemen. De formule werkte goed tot eind vorig jaar. Daarna kwam er helaas een geweldige dip in de orderstroom van teakhouten meubelen. Dit kwam natuurlijk door de economische crisis in de westerse wereld, maar ook door een verandering in modetrend voor tuinmeubelen. Ineens waren kunststof rotan tuinmeubelen in en teak uit.

De NGO zocht nu dus naar andere middelen om hun werk te kunnen voortzetten. Je kunt niet bij milieubewuste mensen aankomen met een concept waarin fabrikanten boeren hun hulpbronnen laten verbouwen door ze gratis zaad te geven en dan die boeren verplichten hun bomen aan hen terug te verkopen. Dat lijkt verdacht veel op neokolonialisme en bananenrepubliek praktijken. Er moest dus een ander concept komen waarin de fabrikanten een minder duidelijke rol zouden spelen. Ook wilden ze manieren vinden om de houtteelt te verbeteren. Voor dat laatste ben ik dus eigenlijk gekomen: een evaluatie van wat er nu gedaan wordt en of dat juist is en zo niet of het verbeterd moet worden. In de praktijk ben ik echter meer bezig geweest met het brainstormen over nieuwe mogelijkheden de Trees4Trees foundation uit te breiden. De meeste kansen liggen uiteindelijk in ecotoerisme, het adopteren van een boom, boerderij, groep boeren etc. Het moest ook mogelijk worden een betalend lid te worden. Er moest gezocht worden naar sponsors en donors. Uiteindelijk zijn er wel wat goede resultaten bereikt in de zin van aanbevelingen. Kortom het is niet tevergeefs geweest en de reis was de moeite waard.

taxfree hal DubaiDe reis was echter lang, maar werd veraangenaamd doordat ik in business class mocht reizen. Toch totaal zo’n 20 uur onderweg inclusief tussenstops en dergelijke. Eerst landen we in Dubai. De passagiers mogen het vliegtuig uit. Eerst voor 45 minuten daarna wordt dat 35 minuten. Ik twijfel, maar laat me overhalen dor een stewardess. Dat was dus een foute beslissing. Bijna 20 van de 30 minuten zijn we bezig met het schuifelen langs beveiligingsposten om daar je riem en schoenen uit te doen en alles van metaal maar weer eens door de detector te sturen en jezelf te laten scannen en fouilleren. Eerst om in de aankomsthal te komen en daarna weer om in de transithal te komen. Het vliegveld is indrukwekkend groot met een enorme taxfree ruimte. Helaas geen tijd om helemaal daarheen te gaan. Hier een foto die ik met de iPhone heb genomen. Nou ja, zo geweldig was het nou ook niet, maar je denkt toch onwillekeurig aan een bedouinekamp in de woestijn. Vanuit de lucht was de stad ook al mooi met al die enorme torens.


Schepen op de rede van Jakarta Jakarta in het ochtendglorenDaarna nog zeven uur vliegen en dan verschijnt er langzamerhand in de vroege ochtend een aantal levenstekens in de zee ver beneden. Eerst lange rijen palen en vlotten waar kennelijk mensen op wonen. Het geeft een idee van een moeras, maar zijn waarschijnlijk visvijvers. Zo gaat de zee langzaam over in vasteland. Verder ineens vele zeeschepen op de rede. Allemaal in dezelfde richting wijzend.

Na het landen snel door de douane. Aan boord was het visum al in orde gemaakt door een meereizende immigratie ambtenaar. In Schiphol al een voucher voor het visum gekocht bij de Garuda balie. Lekker makkelijk dus. Dan snel naar de binnenlandse vluchten vertrekhal, inchecken, 40.000 Roepia betalen (4 €) aan luchthavenbelasting en dan naar Semarang. Daar kom ik rond de middag aan. Het is lekker vochtig, want kennelijk is de moesson een beetje uitgelopen. Ik zie geen Trees4Trees mensen mij opwachten. Later zie ik een buitenlander in een barretje staan. Die loopt naar mij toe en vraagt of ik iemand zoek. En dat deed ik. Toen ik begin met Trees4Trees te zeggen begreep hij het al en zij vlug dat hij het was, maar dat hij dacht dat ik nog op mijn bagage stond te wachten. Ik had geen ingecheckte bagage, dus razendsnel naar buiten gekomen. Na begroetingen besluiten we mij eerst naar het hotel Candi Baru te brengen en daarna te gaan lunchen. Ik laat het allemaal maar gebeuren, want ik leef nog in limboland door de jetlag.


Hotel Candi Baru is een door de Nederlanders gebouwd Hotel ergens in de jaren 20 of 30 van de vorige eeuw en heeft nog vele sporen van een Jugendstilachtige en barokke koloniale stijl. Eetzaal Candi Baru Hotel

Hotel Candi Baru in betere dagenIk krijg een kamer op de begane grond. Die ligt aan een galerij met voor de deur een soort terras en zitje waar ook een bureau staat. Binnen is het aangenaam koel. Het plafond is wel 4 à 5 meter hoog en er is een geruisloze AC ingebouwd.

's Middags dus lunchen en wel in de Black Canyon Coffee Bar, ook al een bekend hang-out van expats en de rijkere lokale jeugd. Internet hotspot aanwezig, wachtwoord: 1234567890. Veel honger heb ik niet, zeker niet in Thai gerechten en bier. Ik laat het maar allemaal langs me heen glijden. Later komt B. ook langs. Hij is een jaargenoot van mij uit Wageningen en woont nu bijna permanent in Semarang. Na de lunch leek het me beter niet te gaan slapen en ga ik met B. mee naar zijn huis. Na bij gepraat te zijn over alle wederzijdse bekenden en hun omzwervingen over de wereld, gaan we naar de volgende expat hang-out: de bruine kroeg On-On, waar het Bintang tapbier rijkelijk vloeit en de bralverhalen ook.

Alles verloopt nogal wazig. Bier gaat er steeds sneller in. Dan eindelijk naar bed. De volgende morgen zal ik tegen 10 uur worden afgehaald om naar het kantoor van Trees4Trees te gaan. Daar zal dan het programma voor de komende weken worden gemaakt.

ontbijten met toast en hagelslagIk slaap diep en lang. Maar ben toch weer redelijk vroeg wakker. Er wordt ontbijt gebracht. Toast, koffie, twee hard gekookte eieren, 2 bananen, boter, jam en... een schaaltje hagelslag. Wat aandoenlijk Hollands! In de brief stond dat het T4T kantoor 1 kilometer van het Hotel vandaan was. Dat valt echter tegen: het is meer 4 kilometer. En dan ook nog geen trottoir te zien. De stad is niet echt geschikt voor wandelaars en die zie je dan ook nauwelijks. Des te meer motorfietsen en scooters. Het lijken net nijvere mieren zo slingert en zwaait alles om elkaar heen om maar op tijd ergens te komen en dan ook nog allemaal zwarte helmen op.

De vuurdoop kwam echter pas de volgende morgen. We vertrekken om 6 uur -om de spits voor te blijven- naar Purbalingga in het zuidwesten van Centraal Java. Dat is zo'n 300 kilometer, maar omdat we niet erg hard kunnen rijden door het drukke verkeer en de smalle wegen waar vrijwel overal huizen en winkeltje langs staan, duurt de tocht 6 uur.

Hier een overzicht van de tochten in Google, met een aantal foto’s:


View Larger Map

Als we aankomen, eerst de gebruikelijke begroetingen, voorstellen van de bezoeker en uitleggen wat hij komt doen. Daarna het veld in om de aanplantingen te bekijken waar we per slot voor waren gekomen. Het gebied waar we heen lopen is duidelijk een verwaarloosde koffieplantage. Kennelijk heeft na de onafhankelijkheid de regering besloten de grond op te delen en weg te geven aan boeren of landloze soldaten. Koffiestruiken staan er bijna niet meer, maar ik zie af en toe er nog wel eentje in bloei staan. De schaduwbomen zijn fors gegroeid en er staat Teak, Mahonie, veel palmen en de bekende acacia-achtigen, in dit geval Sengón. De eigenaar laat iemand in een Kokospalm (pohon kelapa). Ik heb er een filmpje van gemaakt. N. wil de opengekapte noot aan mij geven maar ziet dan dat ik aan het filmen ben en de noot niet aan kan nemen.

Surén aanplant 1 jaar oudHierna gaan we naar wat open akkers met Pinda's en Cassave. De eigenaar heeft Surén geplant (Australische rode Ceder) en natuurlijk Jati (Teak). De jonge boompjes groeien als kool. Maar die initiële groei zal langzamerhand afnemen. Het hout heeft nog een grove vezel en is niet erg sterk. Teak plantage 1 jaar oudPas veel later, na 20 tot 30 jaar krijgt de boom het harde en fijnvezelige hout waar meubelmakers naar zoeken. Wordt een boom te vroeg gekapt, dan is het hout slecht van kwaliteit en gaat niet lang mee of gaat scheuren of werken.

Diezelfde dag nog naar een andere plek in het Purbalingga District: Desa Patemon. Daar hartelijk ontvangen door het dorpshoofd. Ondanks het ingaan van de Ramadan krijgen we eten in overvloed. Eerst thee met omelet en kleine groene pepertjes en een schaal Longan vruchten. Ze smaken als Ramboetan of Lychee. Nadat we het veld zijn ingegaan en eindeloos door de sawa's hebben gelopen en door kanalen hebben gewaad, wordt nog een maaltijd met vis, kip en rundvlees opgediend. Ik slaap in een hotel. Geen idee hoe het er uitziet. Banyumas heeft een goeie batik werkplaats ide precies tegenover hun kantoor is. De volgende morgen ga ik dan ook met de hele ploeg naar de winkel om wat batik sarongs en hemden te kopen. Een mooie voor C. en twee gewonere voor mijzelf. Diep modderkuilen zorgen voor problemenOok koop ik twee sarongs. Eentje voor Joke met een vrouwelijk motief en een voor mijzelf met een motief voor de oudere heer zullen we maar zeggen. Kamil, die voor het project werk als Socioloog en vroeger in de Javaanse klassieke Opera heeft gewerkt, weet alles van de traditionele Javaanse motieven en help met het uitzoeken van de beste. We reizen dan verder naar het Oosten, naar Desa Sililing in Kebumen district. De dag daarna weer een zeer lange reis naar Desa Cikedondong in Cilacap district. Het dorp ligt ver van de grote weg af en de wegen die door een vroegere plantage lopen zijn omgeploegd door vrachtwagens en hebben voor kilometers geen asfalt maar welke diep kuilen. We schommelen meestal met een snelheid van 2 à 3 km per uur over de landweggetjes op weg naar de bovenloop van de rivier en zouden dus sneller lopend vooruit komen. Hier heeft T4T een gebied waar de wildstand wordt bijgehouden. Ook meten ze de hoeveelheid sediment die door de rivier wordt afgevoerd en zijn er twee bomen aanwas proefvelden.

Tijdens ons bezoek is de rivier vrij schoon. Na regen kan het water echter chocoladekleurig worden door het slib wat afspoelt van de hellingen. Na nog wat bomen te hebben bekeken en de labels die ze er aan hebben gehangen gaan we weer terug naar Banyumas. 's Avonds eten we in een bebek restaurant. Eend dus, is de specialiteit. Op een platform zitten twee mannen in oud Javanese dracht. Een zingt traditionele Javanese liederen en de andere begeleid hem op de citer. Kamil kent ze allemaal en zelfs beter dan de zanger. Het was dan ook ooit zijn beroep. Af en toe valt hij in en verbetert een couplet. Er wordt hilarisch gelachen.

We maken nog een uitstapje naar het Fort Van der Wijck. Dit fort is in 2000 gerestaureerd. Gebouwd rond 1933 in een keten van verdedigingswerken van het KNIL en later na de onafhankelijkheid nog een tijdje door het Indonesische leger gebruikt. Het werd Benteng Van der Wijck genoemd naar een Gouverneur Generaal van Nederlands Indië van 17-10-1893 tot 3-10-1899. Waarschijnlijk omdat die naam in een ijzeren plaquette stond. Veel over de geschiedenis van het fort staat op de website van Mahandis Yoanata. Het fort zelf is kaal gebleven en de grote fontein die op de binnenplaats was neergezet is inmiddels verdwenen. Maar bij het fort is een waterpark gebouwd en andere attractie voor een familie met kinderen. Het is dus meer een pretpark dan een geschiedkundige bezienswaardigheid.

Later, op de terugweg naar Semarang stoppen we na het breken van het vasten bij een Durian wegrestaurant. Je kan er alleen maar Es Durian (durian met ijs) krijgen. Ik heb geen last van de geur en vind het wel lekker.

Treinstation KediriDan zaterdag een rustdag en zondag naar Kediri. Daar blijf ik tot dinsdag en rij dan terug naar Semarang. Het is dan nationale bevrijdingsdag (65 jaar) en redelijk rustig op de weg. We doen er dan ook maar 5 uur over. Er valt niet veel te vermelden over de stad Kediri. De stad ligt aan een grote rivier: Kali Brantas en een grote alluviale vlakte. Er is staan nog een aantal koloniale gebouwen waaronder het treinstation. Verder niet interessant. P. heeft zijn werkplaats in deze stad, die hij deelt met een daar woonachtige Engelsman. P. maakte vroeger Teakhouten meubelen maar is door de malaise overgestapt naar kunststof rotan meubelen.

Omdat mijn grootvader landmeter van beroep was en later station chef is geworden, denken we dat hij misschien hier in Kediri aan het spoortracé heeft gewerkt en later op het station. M'n vader is namelijk in Kediri geboren. We gaan dus naar het station om te zien of er iets uit die tijd is overgebleven. Je kon inderdaad zien dat het ooit een mooi station was. Gebouwd rond de vorige eeuwwisseling, want de pilaren waren in de Eiffel stijl.

Woensdag terug naar het Trees4trees kantoor in Semarang. Ik schrijf wat aan mijn eindrapport verder gebeurd er niet veel. Donderdag gaat een vergadering niet door omdat P. Nog niet terug is uit Kediri. Ik ga later de meubelwerkplaats van M. bezoeken. Hier worden kwaliteitsmeubelen voor Amerikaanse markt gemaakt. Voornamelijk van Teak, maar ook van Mango en Mahonie. M. laat me daarna nog enkele gebouwen in Semarang zien die over zijn uit de Nederlandse tijd: het hoofdgebouw van de spoorwegen, de Toko Oen, een snackbar die al in 1936 bestond, waar de dames vroeger aardbeien met slagroom aten, de militaire barakken. Dan terug naar het hotel en wat werken aan het rapport en eten in On-On. Vrijdag gat ik weer het veld in naar Desa Duren in de buurt van Salatiga. Dit was de eerste plek waar Trees4trees begon. Er werden geënte Mango's geplant in 2009 op een aantal woonerven. Verder wat Sengón, die het slecht doet want de boompjes staan in de buurt van een opgaand bos met door schimmel besmette bomen.

De sawa's waar we doorlopen liggen prachtig ineen komvormig dal. Het valt me plotseling op dat ik overal kikkers hoor, in tegenstelling tot andere plaatsen die we bezochten en waar het doodstil was en er ook geen vogel te zien was. Die zijn hier ook wel niet te zien, maar het kwaken van kikkers en het plotseling tevoorschijn schieten van een grasgroene hagedis doet vermoeden dat hier wat voorzichtiger om wordt gegaan met bestrijdingsmiddelen. Ik vraag het aan de Regiocoordinator en die zegt dat inderdaad de eigenaar over wil gaan op organische landbouw. Dat is dus veelbelovend en iets waar Trees4trees gebruik van zou moeten maken.

Sawa's bij Desa Durén, Salatiga, Java

Weer laat terug in Semarang, want alhoewel niet ver, toch duurt het lang door slechte en drukke wegen. N. Vergeet ook nog haar tas en we moeten een half uur wachten bij een druk kruispunt waar de Regiocoordinator zijn motor laat staan en dan de bus neemt naar de school waar hij normaal werkt. De zon gaat onder en ik maak nog een paar foto's van een grote kapokboom.

's Avonds eet ik in de Black Canyon coffee bar iets Thais. Ze hebben Een vrije hotspot dus kan ik even mijn e-mail controleren. Dan de laatste dag. Eerst nog lunchen met de Boardmembers van Trees4trees in een hotel. Dan een soort eindvergadering op het kantoor en dan snel naar het vliegveld want dat vergaderen liep behoorlijk uit. Inchecken gaat snel. Ik koop nog een mooi masker van mijn laatste roepia's en dan een uurtje vliegen naar Jakarta. Daar naar de incheckbalie en dan weer zo'n 17 uur vliegen. selamat jalan zullen we maar zeggen.